Lentekriebels

 

In de wat eigenlijk de koudste maand van het jaar hoort te zijn, is het kwik opeens opgelopen naar 15 graden Celsius. Dit tot groot verdriet van de Elfstedentochtfanaten die waarschijnlijk hun laatste sprankje hoop dat de ‘tocht der tochten’ nog door zou gaan als sneeuw voor de zon zien verdwijnen.

De natuur zelf trekt zich verder niets aan van welke maand het is en dat de lente meteorologisch gezien nog even op zich laat wachten. De natuur heeft duidelijk de lentekriebels te pakken. Voorzichtig steken de eerste krokusjes hun mooie hoofdjes boven de grond uit, als ware het kleine periscoopjes die controleren of de kust veilig is. Vogeltjes trekken alle registers open en zingen de mooiste liedjes om een geschikt vrouwtje te lokken. De natuur komt langzaam uit haar winterslaap en laat weer langzaam alle knopjes uitlopen. Deze knopjes veranderen vervolgens in prachtige bloesem, een cadeautje van Moeder Natuur.

Wat in de winter misschien dood leek, blijkt ondergronds, aan het oog onttrokken, zich voor te bereiden om in het voorjaar opnieuw geboren te worden. De winter is de tijd van rust en bezinning. De natuur gaat dan in de spaarstand. Ook voor de mens is de winter de tijd van rust. Ons systeem gaat ook wat trager functioneren. Door de korte en donkere dagen gaan ook wij in de spaarstand. Diep van binnen borrelt  er bij ons nieuwe energie, die in het voorjaar uiting krijgt. We zijn het ons misschien niet altijd meer bewust, maar ook wij maken deel uit van de natuur en onbewust gaan we mee in haar ritme; of we dat nu willen of niet. Misschien moeten we in de winter niet te streng voor onszelf zijn. Als er dagen zijn dat we geen energie hebben en ons futloos voelen of als onze stemming zo grijs is als het dikke wolkendek boven ons, mogen we er bij stilstaan dat dit bij de winter hoort. Maar als de eerste zonnestralen zich laten zien, begint het bij ons ook te kriebelen. Als de zon weer aan een strakblauwe hemel staat en de nog koude aarde weer opwarmt, krijgen wij ook weer energie. Ik wil dan naar buiten, de natuur in. Ik wil de aarde onder mijn voeten voelen. Wil de eerste groene grassprietjes kunnen aanraken. Wil de vogeltjes weer horen zingen. Wil de krachtige energie van de bomen weer voelen en zien hoe ze alle energie steken in het creëren van nieuwe groene blaadjes, die als een helder groene kronen hun kruinen weer zullen sieren. Wil stiekem, zonder ze te storen, de jonge dieren in het veld zien. Jonge vosjes die voorzichtig hun eerste stapjes buiten hun hol zetten. Het hertenjong dat nog wankel de eerste slokjes bij de hinde drinkt. De kieviten die hun eerste ei in het veld hebben gelegd. Het zwanenpaar dat zich vol overgave op hun kroost richt. De vogeltjes die af en aan met en takjes en twijgjes vliegen om een veilig nestje te bouwen. De lammetjes die onder toezicht van hun moeder, het schaap, speels door de wei heen dartelen. Als je hiervan geen zin in lente krijgt…

Terug naar het overzicht