Okavango Guiding School, Botswana

Geschrokken lig ik met wijd open ogen in bed, wat hoor ik daar? Ik houd mijn adem in en blijf doodstil liggen. Buiten hoor ik dikke takken breken en ik hoor gesnuif. Wat zou dit zijn? Het geluid is niet ver van onze tent vandaan. Ik voel mijn hart in mijn keel kloppen. Van slapen is geen sprake meer. Ik lig in een tent in de Okavango Delta, de grootste delta van Afrika. 

Eerder vandaag zijn we in Maun aangekomen. Phillipe en Julian van de Okavango Guiding School pikken ons op van de luchthaven en we zetten koers richting Kwapa Guide Training Camp, het kamp van de Guiding School. In het gebied waar de school het kamp heeft, zijn verder geen andere campsites en er mogen geen toeristen komen. Het betekent dat we dus voor een week echt in de wildernis zitten. Bij aankomst in het kamp worden we begroet door een aantal olifanten die in de delta staan te drinken. Dit is een indrukwekkende ervaring. Het is inmiddels al laat in de middag en het duurt dan ook niet lang voordat het eten wordt opgediend. Ik was even bang dat ik als enige vegetariër omringd zou zijn door echte carnivoren, maar het blijkt dat Philippe en Julian, onze gidsen, zelf ook vegetariër zijn. Als we aan tafel gaan, is het inmiddels donker, maar de olifanten staan er nog steeds. We kunnen ze dan wel niet meer zien, maar wel heel duidelijk horen. Het is me meteen duidelijk, hier zijn we echt één met de natuur. We zijn geen toeschouwers meer, maar we zijn deelgenoot van de ‘circle of life’ geworden.

We zijn in Okavango Delta om een bush skills course te volgen. Tijdens deze cursus krijgen we geleerd hoe we kunnen overleven in de bush. Phillipe, een jongeman afkomstig uit Duitsland en Julian, afkomstig uit Kenia, zijn onze leraren. Onderdeel van de cursus is onder andere het leren observeren van dierlijk gedrag, letten op waarschuwingssignalen, spoorzoeken, sterren kijken, navigeren en aan water zien te komen. Tijdens de cursus trekken we er elke dag op uit, dat kan zijn met de auto, met de boot of te voet. Als we met de auto gaan, dus als we een gamedrive maken, leren we hoe we de vierwielaandrijving op zandwegen moeten gebruiken. We leren hoe we voldoende afstand tot het wild moeten bewaren. We leren hoe we de auto veilig moeten neerzetten op het moment dat we close-encounters met dieren hebben. En we leren hoe we vanaf de trackerseat (een stoeltje voor op de auto) sporen kunnen volgen. Te voet, oftewel tijdens een bushwalk, leren we hoe we ons veilig door de bush kunnen begeven, want we kunnen door de Afrikaanse bush niet zo onbezorgd rondwandelen, als in Nederland. Het is belangrijk om telkens achter bosjes te schuilen, zodat dieren niet je hele silhouet kunnen zien, om vervolgens de omgeving af te speuren om te zien naar welk bosje je nu kunt lopen en of je dieren in die bosjes ziet zitten. Op de open vlakte is het belangrijk om je zo snel mogelijk te verplaatsen, zodat je niet gezien wordt. Het is daarbij heel belangrijk dat je de windrichting in de gaten houdt, want het kan heel gevaarlijk zijn als jouw geur vooruit gaat en een dier je al geroken heeft, voordat jij het dier hebt gespot. Een bushwalk is heel vermoeiend, niet zozeer omdat je zoveel kilometers loopt, maar omdat het erg belangrijk is om constant gefocust te blijven. Door de hitte bestaat de kans dat je aandacht verslapt, daarbij is te weinig drinken een extra risico. Als je met de mokoro (een traditionele kano) uitvaart heb je weer met hele andere uitdagingen te maken. In het water vormen de nijlpaarden het grootste gevaar. Je wilt echt niet met je mokoro tegen een nijlpaard aanvaren. Soms is het moeilijk te zien of er nijlpaarden in het water zijn, ze kunnen zeker vijf minuten onder water blijven. Het is dan ook belangrijk om vijf minuten lang het water af te speuren alvorens je verder vaart. En als er wel nijlpaarden zijn, dan betekent dat het eind van de boottocht en kun je alleen maar omdraaien.

De cursus zit dus boordevol met nieuwe ervaringen. Ik moet regelmatig buiten mijn eigen comfortzone stappen. In het begin ben ik best wel bang voor het wild en dan met name voor de grote roofdieren, zoals leeuwen en hyena’s. Eigenlijk is het niet reëel om de meeste angst voor de roofdieren te hebben, want roofdieren zoals leeuwen en hyena’s zijn lang niet de gevaarlijkste dieren in de bush. Het dier dat de meeste doden opeist, dus je zou kunnen zeggen, het gevaarlijkst is, blijkt het nijlpaard te zijn. Nijlpaarden zijn erg impulsief en agressief en als je onverhoopt tussen het water en het dier in komt te staan, dan zou dit nog wel eens heel verkeerd kunnen aflopen. Olifanten schijnen door hun intelligentie ook gevaarlijk te zijn. Dit komt omdat een olifant heel bewust beslissingen kan nemen en het sterk van zijn humeur afhankelijk is hoe hij zal reageren. Maar van de andere kant betekent intelligentie ook dat mensen tot in een bepaalde mate met de olifant kunnen communiceren. Leeuwen zijn minder gevaarlijk, omdat ze altijd instinctief dus altijd op dezelfde manier reageren. Een leeuw ziet de mens niet als prooi en zal niet op mensen jagen, echter als een leeuw zich bedreigd voelt en al een waarschuwing heeft gegeven, zal hij daarna aanvallen, als je dan wegrent, wordt zijn jachtinstinct getriggerd en komt hij achter je aan. Het idee om samen te leven met deze dieren, zonder enige bescherming in de vorm van bijvoorbeeld een hekwerk, vind ik in eerste instantie beangstigend.

Het klinkt misschien wel een beetje raar dat ik bang ben. Ik merk dat zodra de duisternis voor de eerste keer in het kamp invalt, ik me wat ongemakkelijk ga voelen. We horen allerlei geluiden die we niet goed kunnen thuisbrengen. Ik hoor een geluid alsof iemand op een windgong slaat, dit blijken kleine kikkertjes op zoek naar een vrouwtje te zijn. Een hoog piepend geluid vanuit de lucht blijkt een vrucht etende vleermuis te zijn. Als we aan tafel zitten, zien we in de verte wat oplichten, ik vraag me af wat het is, het lijkt op een fotograaf die met zijn flitslicht nog even een fotootje schiet, maar het blijkt bliksem te zijn en het onweer komt steeds dichterbij, met als gevolg dat de bliksemschichten steeds spectaculairdere kunstwerken tegen de zwarte achtergrond maken. Het is mooi en onheilspellend tegelijk. Julian vertelt dat onweer heel veel stress bij de dieren veroorzaakt en dat er soms ook dieren sterven van teveel spanning. Ik kan niet ontkennen dat ik het ook best eng vind. Onze eerste avond in de bush en we worden verwelkomd door onweer. Niet veel later begint het te regenen. Dikke druppels vallen uit de lucht, maar daar blijft het niet bij, al snel komt het met bakken uit de lucht. We realiseren ons dat de luiken van onze tent nog openstaan en Olaf rent naar de tent om deze dicht te maken, voordat we straks in een nat bed moeten slapen. Regen in de bush, iets wat niet vaak voorkomt. We schuilen onder het gemeenschappelijke afdak. Zodra de regen minder wordt, gaan we terug naar de tent. Alvorens te gaan slapen, nemen we nog een douche, iets wat hier in de bush best een onderneming is, zeker in het donker. Eerst moeten we een emmertje water halen, het water gieten we daarna om in de emmer met een douchekop aan de onderkant, via een katrolsysteempje hijsen we de emmer tot boven ons hoofd en kunnen we douchen. Met de duisternis om me heen en enkel afgeschermd van alle dieren door een dun zeiltje, neem ik een douche,daarna kruip ik in mijn bed. Ik lig nog een tijdje naar de geluiden in de bush te luisteren. De kikkertjes hebben hun concert inmiddels gestaakt en het is nu best stil. Toch hoor ik nog allerlei geluiden die ik niet kan thuisbrengen. Met de troostende gedachte dat de tent ons zal beschermen tegen voorbijtrekkende dieren, ik heb me immers laten vertellen dat dieren de rechte vormen van een tent niet kennen en er omheen zullen lopen, val ik in slaap. Ik lig heerlijk te slapen, totdat ik midden in de nacht wakker word van brekende takken en gesnuif rondom de tent. Ik lig met hartkloppingen in mijn bed. Wat zou dit zijn?

Om half zes worden we door Phillipe en Julian gewekt. Ik voel me fit en uitgerust, maar ik lag dan ook al gisteravond om negen uur in bed. Het is nog donker en ik rits voorzichtig de tent open. Met het zaklampje schijn ik eerst naar buiten, er is geen dier te zien.  Ik stap voorzichtig met de zaklamp in mijn hand naar buiten. Ik was mijn gezicht met het water dat Phillipe en Julian net van te voren in een bakje hebben gekiept. Het water is heerlijk warm en frist me nog verder op. Van achter de tent komt met een roze gloed de zon langzaam op. Wat een prachtige plek om te ontwaken. Even later zitten we aan de ontbijttafel en kijken we uit over de delta, die er in het zachte ochtendlicht prachtig uitziet. Verschillende vogeltjes hippen rondom de ontbijttafel in de hoop dat ze een graantje van het ontbijt kunnen meepikken. De olifanten die gisteravond in de delta stonden, zijn weg, weer terug de bush ingetrokken. Af en toe vangen we aan de overkant van de delta de glimp van een dier op. Ik zou hier uren kunnen zitten en genieten van het natuurschoon, maar we zijn nog altijd op een school en meteen na het ontbijt start het programma. Ik vraag me nog steeds af wat ik vannacht heb gehoord en voordat we vertrekken, vraag ik toch nog even aan Phillipe na wat ik vannacht gehoord heb. Volgens hem was het waarschijnlijk een kudde olifanten, die aan het kamp voorbij trok.

Na het ontbijt gaan we met de auto op pad, een oude landrover zonder voorruit en zonder dak, een echte cabrio dus. Olaf mag als eerste achter het stuur, maar de oude dame heeft in de vroege ochtend nog even wat moeite om op gang te komen. Ze moet eerst nog voorgloeien alvorens ze ons over de ruwe wegen van de bush wil leiden. En als we het dan toch over de wegen hebben, dat zijn wel echte uitdagingen. Ze bestaan immers uit zand. In de meest ideale situatie is het zand niet diep en kunnen we goed rijden. Op andere plekken is het zand echter diep en mul en heeft de auto het moeilijk om haar hele gewicht erdoorheen te trekken. Olaf geeft aan dat hij langzaam voelt hoe het zand de controle van het stuur overneemt en hij kan zich alleen nog maar overgeven aan het zand dat de auto in het goede spoor duwt. Op andere plekken is er helemaal geen weg te zien, het lijkt wel alsof we zo het grasland inrijden, maar dat is niet zo. Wanneer ik heel goed kijk, zie ik dat het gras een beetje is platgedrukt, dit moet de weg zijn. Soms zitten er diepe gaten in de weg, meestal zijn deze door wrattenzwijnen gegraven. Langzaam manoeuvreren we ons door de bush. Met de verrekijker speur ik de omgeving af op zoek naar wild. Het duurt niet lang alvorens Phillipe een sein geeft om te stoppen. Hij heeft iets gezien op de weg en nieuwsgierig stappen we uit. Voor ons in het zand zien we pootafdrukken. We krijgen meteen onze eerste les spoorzoeken. Het is duidelijk dat de pootafdrukken van een roofdier zijn, maar is het nu de afdruk van een hondachtige of van een katachtige. Philippe legt ons het verschil tussen beide uit. We analyseren samen de pootafdruk en komen tot een conclusie waar mijn hart sneller van gaat kloppen, hoewel ik niet weet of dit van angst of van sensatie is. We hebben namelijk leeuwensporen gevonden en we besluiten de sporen met de auto te volgen. Vol spanning tuur ik met de verrekijker over de vlakte. Ik zie nog niets. Van tijd tot tijd controleren we of we de sporen nog steeds volgen. We gaan nog steeds de goede kant op. Wat is dit spannend. Zouden we vandaag leeuwen gaan zien? Stil en vol spanning blijven we om ons heen kijken. Helaas kunnen we na een tijdje het spoor niet meer zien. Waarschijnlijk zijn de leeuwen de bush ingelopen en daar kunnen we ze niet meer volgen. We zien die ochtend nog meer sporen, zoals de sporen van een hyena en van een luipaard. We leren hoe we de verschillen in de pootafdrukken van deze dieren kunnen zien. Ik vind het spoorzoeken heel boeiend en spannend. Het idee dat een luipaard, een hyena of een leeuw over hetzelfde pad heeft gelopen als ik, vind ik fascinerend. Angstig en nieuwsgierig kijk ik om me heen als we bij een hyenaspoor staan. Misschien zit het dier nog wel vanuit de bosjes naar ons te kijken. Naast allerlei boeiende sporen, zien we tijdens deze eerste gamedrive ook allerlei dieren, zoals impala’s, zebra’s en kudu’s. Ook zien we vele kleurrijke vogels, de één ziet er nog mooier uit dan de ander, wat een kleurenpracht. Eén van de mooiste vogels vind ik de lilac breasted roller, met zijn lilakleurig borstje (waar hij zijn naam aan te danken heeft) en zijn prachtige koningsblauwe vleugels is hij een ware beauty. Meer dan voldaan gaan we terug naar het kamp, nog niet vermoedend dat het vanmiddag nog veel spectaculairder en spannender zal worden.

Na een uurtje theorie en wat uurtjes rust, waarin een kudde olifanten aan het kamp voorbij trekt, rijden we in de namiddag opnieuw het kamp uit. Deze keer mag ik rijden, iets wat ik best spannend vind, maar ik blijk al snel een goede band met de oude dame te hebben en die spanning zakt al snel weg. We zijn eigenlijk nog niet zo heel lang onderweg als Phillipe vraagt te stoppen. Hij denkt dat hij iets heeft gezien. Stil speurt hij met zijn verrekijker de bosjes af. Met ingehouden adem volgen we met onze verrekijkers zijn voorbeeld. Phillipe blijft turen en zegt dan dat hij denkt dat hij een luipaard heeft gezien. Ik kan mijn oren niet geloven, een luipaard? Luipaarden zijn hele schuwe dieren die beschikken over een uitstekende schutkleur,die het dan ook heel moeilijk maakt om een luipaard te spotten. Met onze verrekijker volgen we het spoor dat Phillipe ons aanwijst. Olaf heeft het luipaard, waar slechts een glimp van te zien is, als eerste gezien. Maar hoe ik ook mijn best doe en de verbale instructies van de mannen volg, ik zie het luipaard niet. Ik blijf zoeken en zie plots twee oortjes. Of zijn het toch weer graspollen? Dan flappert het luipaard met zijn oortjes en aangezien graspollen dat niet doen, weet ik dat ik het schuwe dier in beeld heb, in elk geval zijn oortjes dan. Ik zie hoe het luipaard opstaat en langzaam wegloopt. Gelukkig gaat hij op een plek liggen waar we hem nog altijd kunnen zien. Maar dan, als een soort geest, is hij opeens verdwenen. We rijden met de auto een stukje vooruit in de hoop dat we hem daar zullen vinden, maar we zijn hem uit het oog verloren. Opeens zien we hem aan de andere kant van de weg in het gras zitten. We hebben hem niet de weg over zien gaan, dus we weten niet of dit nu hetzelfde luipaard is of dat er twee luipaarden zijn. Aan deze kant van de weg staan ook impala’s en aan hun rustige gedrag te merken, hebben ze niet in de gaten dat er een luipaard in de buurt is. Phillipe geeft aan dat het luipaard op jacht is, want hij verschuilt zich in het gras en houdt de impala’s nauwlettend in de gaten. Het is wel heel indrukwekkend om te bedenken dat we hier nu vanuit de auto naar een jagend luipaard zitten te kijken, waarbij de prooidieren, de impala’s, niet het flauwste vermoeden hebben dat ze door een jager begluurd worden. Hoewel ik dit ongelooflijk spannend vind, heb ik er ook gemengde gevoelens bij. Van de ene kant vind ik het spannend en wil ik graag zien wat er gaat gebeuren en van de andere kant raakt het me ook dat het leven van minstens één impala op het spel staat. Phillipe vertelt ons dat een luipaard altijd jaagt vanuit een hinderlaag. Het spel van besluipen en begluren kan wel uren duren. Het is voor ons moeilijk om het luipaard dat vaak onzichtbaar en onhoorbaar door het hoge gras sluipt te blijven volgen. Soms zijn we hem even kwijt, waarna hij weer op een andere plek opduikt. De impala’s lijken hem ook bemerkt te hebben en waarschuwen elkaar met noodkreten. Sommige impala’s vertrouwen het niet en gaan ervandoor. Nadat we het luipaard weer even uit het zicht verloren zijn, zien we hem plots weer door het hoge gras sluipen. Hij lijkt zijn zinnen gezet te hebben op enkele mannetjes die afgezonderd van de kudde staan te grazen. Wat is dit spannend, ademloos blijven we de jacht van het luipaard volgen. Wat een geduld moet dit dier hebben. En over wat voor een scherpe zintuigen en controle moet hij beschikken om zo geruisloos en onzichtbaar zich enkele meters van zijn prooi te kunnen bewegen, zonder dat hij wordt opgemerkt, wachtend op het geschikte moment om een aanval in te zetten. Luipaarden slepen hun prooi, nadat ze deze gedood hebben, een grote boom in waar ze veilig zijn voor andere roofdieren, zoals leeuwen en hyena’s. In de boom kunnen ze dan rustig hun prooi verorberen. Een luipaard eet zijn prooi meestal niet in één keer op, waardoor het kan gebeuren dat je een dode, half aangevreten impala in de boom ziet hangen. Helaas kunnen we niet zolang wachten als het luipaard. Het begint langzaam te schemeren en dat betekent dat het voor ons tijd wordt om terug naar het kamp te gaan. We weten dus niet hoe deze jacht is afgelopen.

De dagen die volgen bestaan uit gamedrives, bushwalks, boottochten en theorie. Elke keer als we de bush intrekken, is het weer een avontuur op zich. Gaandeweg voel ik me steeds meer één met de natuur worden. Als ik ‘s avonds in mijn bed lig, denk ik aan alle bijzondere ervaringen van die dag. Ik denk aan al die prachtige dieren die ik heb gezien. Om de tent hoor ik geluiden. De angst voor die geluiden en voor de dieren die de geluiden maken, is helemaal verdwenen. De geluiden van de bush geven me nu een rustig en veilig gevoel. Het idee dat we niet alleen in de bush zijn, maar met heel veel levende wezens, geeft me een gevoel van saamhorigheid en verbondenheid met deze dieren en met de hele natuur. Er zijn twee geluiden in de nacht die me wel nog bang maken, me heel nietig laten voelen, dat is het brullen van de leeuw en het huilen van de hyena’s. Deze geluiden klinken zo spookachtig door de nacht en herinneren me er telkens aan dat deze grote jagers in het donker op zoek zijn naar prooi.

Eén onderdeel van de cursus is dat we een nacht op een willekeurige plek in de bush gaan slapen. Gepakt en gezakt met een slaapzak en een klein pop-up tentje gaan we in de namiddag met de auto op pad, op weg naar een geschikte plek om de nacht door te brengen. Onderweg zien we een kudde buffels bij het water. Niet veel verder besluiten we onze kampplek te maken. Het is een mooie open plek aan het water, met achter ons bomen en struiken. Nadat we ons pop-up tentje hebben opgezet, krijgen Olaf en ik de opdracht om vuur te maken. We zoeken eerst droog gras en met een vuursteentje proberen we dit plukje vlam te laten vatten. Dat valt nog niet mee. Als het gras eenmaal brandt, leggen we er steeds grotere takken op, totdat er een mooi kampvuurtje ontstaat. We genieten van de ondergaande zon, die als een rode bal achter de bomen verdwijnt. De zon maakt plaats voor een prachtige sterrenhemel. Dit is het juiste moment voor een lesje astronomie. Met ingehouden adem tuur ik naar de hemel. Ik zie de Melkweg die met een witte waas een hele groep sterren omhult. Ik zie het sterrenbeeld Scorpio, mijn eigen sterrenbeeld. Phillipe leert ons hoe we op de sterren kunnen navigeren. Ik voel me zo klein als ik naar de hemel tuur. In de natuur tussen alle dieren voel ik me al heel klein, maar nu ik het grote heelal in tuur, voel ik me nog kleiner worden. Ademloos blijf ik kijken en ik vergeet daarbij voor heel even dat ik me hier midden in de bush, te midden van alle wilde dieren bevind. Avonden in Afrika duren meestal niet heel lang en we besluiten op tijd te gaan slapen. Net voordat ik de tent inkruip, hoor ik in de verte leeuwen brullen. Ik sta meteen weer met beide voeten op de grond en realiseer me dat ik hier in een piepklein tentje te midden van alle wilde dieren de nacht ga doorbrengen. Ik word wel een beetje bang. In het tentje val ik echter al snel in slaap. Af en toe schrik ik even wakker en dan hoor ik in de verte de leeuwen weer brullen en toch voel ik me hier in dit kleine tentje veilig. Ik ben één met de natuur, ik ben een onderdeel van de natuur en van het grote geheel, de kosmos. Het is goed zo.

Terug naar het overzicht